Overgave

Zodra ik wakker word voel ik mijn knie, hij is opgezwollen en pijnlijk. Ik kan vandaag niet lopen. Ik heb gisteren al mijn grenzen overschreden en vandaag word ik tot de orde geroepen.

In de hostel maakt iedereen zich klaar voor de dag. Er worden afstanden besproken, plannen gemaakt en de rugzakken worden ingepakt. Ik vraag mede-pelgrims om advies, maar eigenlijk weet ik heel goed dat ik er niet omheen kan. Mijn lichaam schreeuwt om rust.

Ik ben verdrietig, omdat mijn camino maatjes hun weg vanzelfsprekend zullen vervolgen zonder mij. En ik verbaas me erover hoezeer ik gehecht ben geraakt aan mijn maatjes. 

Maar was ik hier niet om te onthechten?

Ik ben boos dat ik mijn grenzen heb overschreden. Leer ik het dan nooit?!

Ik loop naar de receptie om een extra nacht te reserveren en als ik op de kamer terug kom, is iedereen al vertrokken. 

Ik vind een bloemetje op mijn bed en mijn hart maakt een sprongetje. Dit lieve gebaar doet me goed.

Direct herinner ik me mijn intentie: met openheid en vriendelijkheid kijken naar alles wat ik tegenkom op de camino. Ik voel de pijn in mijn knie en weet dat ik ook vriendelijk mag zijn voor mezelf.

Ik ga uitgebreid koffie drinken bij het barretje om de hoek van de hostel en verwen mezelf met een enorme chocoladecroissant. 

De barman geeft me een zak ijs om op mijn knie te leggen en ik geef toe aan de rust.